Hierdie artikel met vergunning van Neerlandistiek.nl oor 'n verskynsel wat vir Afrikaans net so interessant is. Dit kom van ver af ...
Deur Marc van Oostendorp
Het is een vraag die weleens naar voren komt in de taalkundige praktijk: waar komt de s in veels te goed vandaan? Is hij daar bijvoorbeeld toegevoegd vanwege uitspraakgemak? Althans, het is een vraag die al in 1860 besproken werd, inclusief dat uitspraakgemak, ontdekte ik toen iemand mij onlangs deze vraag stelde.
Dat ‘uitspraakgemak’ kun je gemakkelijk uitsluiten want de s komt alleen in deze constructie voor: je zegt niet ‘hij wil veels tennissen’, of ‘zij moet veels teleurstellingen verwerken’, ook al volgt in beide constructies ook een t. Als een s makkelijker zou zijn tussen een l en een t, zou hij dus ook daar gemakkelijker moeten zijn.